- Home
- Inhoudsopgave
- Voorwoord
- Inleiding
- Onderzoeksmethode



Introductie
- De Geschiedenis
- Het Principe
- Soorten
- De Track
De Techniek
- Technieken
- Veiligheid
Natuurkunde
- Inleiding
- Snelheid
- Looping
- Remmen
- Acceleraties
G-krachten
- Inleiding
- Richting Hoofd
- Richting Voeten
- Voorwaarts
- Achterwaarts
- Zijwaarts
- Tolerantie
- Factoren
- Toepassing
Achtbaan Fysiologie
- Inleiding
- Het Zenuwstelsel
- De Hypothalamus
- De Hypofyse
- De Schildklier
- De Bijnieren
- Adrenaline
- De Zenuwen
- Evenwichtsorgaan
- Toepassing
- Overige Reacties


- Conclusie
- Discussie
- Reflectie
- Logboek Frank
- Logboek Jonas


- Boeken
- Websites
- Foto's



- Bezoek TNO

Onderdeel: Processen
De Zenuwen

Om in het kort te begrijpen hoe bijvoorbeeld adrenaline, als neurotransmitter via het zenuwstelsel impulsen kan verspreiden of hoe een impuls via het zenuwstelsel bij het doelorgaan komt probeer ik hier in het kort uitteleggen hoe het nou precies zit.

Het zenuwstelsel bestaan uit een hele reeks zenuwcellen, de zogenaamde neuronen. Deze neuronen bestaan eigenlijk alleen uit een cellichaam als een soort ‘regelcentrum’ en uitlopers die weer in contact staan met de rest van het lichaam. Uitlopers die van het cellichaam afgeleiden noemen we Axonen en uitlopers die naar het cellichaam toe geleiden noemen we Dendrieten. De cellichamen zitten bijna allemaal in de buurt van het centrale zenuwstelsel en staan met elkaar in verbinding via synapsen.


Er zijn verschillende soorten neuronen:

- sensorische neuronen = geleiden impulsen van buitenaf (van de zintuigen) naar het centrale zenuwstelsel, waar ze worden verwerkt.
- Motorische neuronen = geleiden impulsen van het centrale zenuwstelsel naar de effectoren (= spiercellen en kliercellen).
- Schakel neuronen = geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel.

We houden ons nu vooral even bezig met de sensorische en schakelneuronen. De sensorische en schakelneuronen staan met elkaar in contact via vele synapsen. Bij een aanvoerend axon zien we aan het uiteinde vele verdikkingen, de synaptische knopjes. In deze synaptische knopjes zitten weer heel veel synaps blaasjes. De synapsblaasjes bevatten een transmitterstof (bijvoorbeeld adrenaline).

Afb. 037 - Voorstelling van de zenuwen

Het systeem werkt als volgt. Twee of meer dicht bij elkaar liggende neuronen rakel elkaar niet, maar worden in hun grensgebied door synapsen met elkaar verbonden. Wanneer een neuron wordt gestimuleerd, schiet een golf elektrische energie (zenuwprikkel) met een snelheid van maximaal 100 m/sec hierlangs. Stel er komt een via het axon een impuls binnen die door wordt geleid naar de synaptische knopjes. Dan bewegen er in deze synaptische knopjes een aantal synaptische blaasjes naar het presynaptische membraam, een membraam aan het einde van het synaptische knopje. Dan versmelt het synaptische blaasjes zich met dit membraam en brengt de inhoud van het blaasjes in de synapsspleet die tussen het synapsknopje en het cellichaam zit. Hier kan de inhoud (de transmitterstof) een impuls opwekken door te reageren met het postsynaptische membraam, dat weer wordt verder geleidt door het cellichaam. Kort gezegd, Als een zenuwprikkel bij de synapsknoop aankomt (terminale presynaps genoemd), veroorzaakt deze de uitscheiding van een neurotransmitter. Deze neurotransmitter overbrugt de ‘kloof’ en zet daar weer een zenuwprikkel in.

Of deze impuls wordt verder gedragen is afhankelijk van de hoeveelheid transmitterstof> de hoeveelheid synapsblaasjes> de sterkte van de impuls. Ook speelt de chemische eigenschap van de transmitterstof een rol mee.
Een profielwerkstuk van Jonas Kuiper en Frank Snijders