- Home
- Inhoudsopgave
- Voorwoord
- Inleiding
- Onderzoeksmethode



Introductie
- De Geschiedenis
- Het Principe
- Soorten
- De Track
De Techniek
- Technieken
- Veiligheid
Natuurkunde
- Inleiding
- Snelheid
- Looping
- Remmen
- Acceleraties
G-krachten
- Inleiding
- Richting Hoofd
- Richting Voeten
- Voorwaarts
- Achterwaarts
- Zijwaarts
- Tolerantie
- Factoren
- Toepassing
Achtbaan Fysiologie
- Inleiding
- Het Zenuwstelsel
- De Hypothalamus
- De Hypofyse
- De Schildklier
- De Bijnieren
- Adrenaline
- De Zenuwen
- Evenwichtsorgaan
- Toepassing
- Overige Reacties


- Conclusie
- Discussie
- Reflectie
- Logboek Frank
- Logboek Jonas


- Boeken
- Websites
- Foto's



- Bezoek TNO

Onderdeel: Achtbaan Fysiologie
De Hypofyse

De Hypofyse, die via de Hypofyse steel in directe verbinding staat met de hypothalamus, is een van de belangrijkste klieren van het menselijke lichaam. Je moet de Hypofyse voorstellen zo groot als een bruine boon. De hormonen die de Hypofyse afscheid hebben of een directe invloed op het doelorgaan of stimuleren of remmen de werking van een andere endocriene klier. De hypofyse staat in direct contact met het zenuwstelsel zodat een samenwerking met andere delen van het lichaam snel en goed gebeurt.

Afb. 031 - De Hypofyse

De Hypofyse is opgebouwd uit drie kliertjes: een voorkwab en een middenkwab: de adenohypofyse, en een achterkwab: de neurohypofyse:

De adenohypofyse (of pars distalis) De meeste hormonen die in de hypofyse worden geproduceerd, worden dat in de adenohypofyse. De adenohypofyse heeft een klierstructuur en bevat ongeveer driekwart van de massa van de hypofyse. Er zijn hier twee soorten cellen te onderscheiden: de chromofobe en de chromofiele cellen (‘Chroma’ betekend kleur). De soorten zijn bepaald met een scheidingtechniek waarbij kleurstof is gebruikt. Er zijn verschillende chromofobe cellen. Zo zijn er de reserve cellen (de stamcellen), de zojuist ‘hervormde’ cellen, die verandert zijn van chromofoob naar chromofiel (tijdelijke chromofobe cellen dus) en een derde soort cellen die andere functies binnen de hypofyse vervullen (bijvoorbeeld beschermingsmechanisme).De chromofiele cellen hebben een zogenaamd ‘granula’ (korreltjes), die we kunnen verdelen in acidofiele (‘zuurlievend’) en basofiele (‘basischlievend’) cellen. De acidofiele cellen worden mammotrope cellen genoemd en zorgt voor de productie van prolactine. De basofiele cellen worden in drie groepen verdeeld:

- Gonadotrope cellen: deze basofiele cellen produceren meerdere (androgene) hormonen zoals FSH (follikel stimulerend hormoon) en LH (luteďniserend hormoon). Deze hormonen regelen bij de mand en de vrouw in de geslachtsklieren onder anderen de productie van oestrogeen/progesteron of testosteron.

- Thyreotrope cellen: die onder in vloed van TRH/ TRF, TSH (thyroxine stimulerend hormoon) produceert dat weer als doelorgaan de schildklier heeft.

- Corticotrope cellen: deze cellen vormen een grote groep die ook wel POMC-cellen worden genoemd. Dit van de pro-opiomelano-cortine waaruit ze bestaan die bij afsplitsing (onder invloed van releasing factors van de hypothalamus) ACTH kunnen afsplitsen.


De hormonen die in de adenohypofyse worden geproduceerd worden in zes groepen verdeelt:

- Het groeihormoon; STH of GH wordt gevormd uit somatotropine en speelt een lange rol in de ontwikkeling en onderhouding van lichaamscellen.

- Schildklierstimulerend hormoon; TSH stimulerend schildklierhormoon dat de schildklier stimuleert tot afgifte van twee van de drie schildklierhormonen. Triiodothyronine en thyroxine (T3 en T4).

- Adrenocorticotrope hormoon; ACTH dat de afgifte van glucocorticoďde stimuleerd hormonen door de bijnier. speelt rol bij afweerprocessen; stress, allergie en ontstekingen.

- Follikel-stimulerend hormoon; FSH ? stimuleerd de productie van bijvoorbeeld het eerdere genoemde oestrogeen.

- Luteďniserend hormoon; LH, lactogeen hormoon dat onder de androgene hormonen (geslachtshormonen) valt: zorgt bij de vrouw voor ovulatie en de productie van progesteron. Met oestrogeen en progesteron zorgt het ook weer voor de aanzet tot functioneren van de melkklieren. Bij de man wordt hier de productie van testosteron bevorderd.

- Prolactine; stimuleert de melkproductie door de borstklieren.


Enkele hormonen oefenen een direct effect op een ander orgaan uit, zoals LH, FSH en prolactine. Deze hormonen hebben effect op de ontwikkeling van de seksuele kenmerken en de voortplanting. De overige hormonen uit de adenohypofyse beďnvloeden de hormoonproductie van andere klieren.

De neurohypofyse (of pars nervosa) bestaat helemaal uit zenuwcellen en zenuwsteuncellen (gliacellen). De neurohypofyse maakt de hormonen ADH (antidiuretische hormonen als vasopressine) en oxytocine. De hormonen worden door zenuwvezels naar de voorkwab geleid en via daar afgegeven. Het hormoon vasopressine regelt de afstemming van de water- en zouthuishouden in het lichaam en werkt dus grotendeels in op de nieren. De afgifte hiervan wordt geregeld in een speciaal gedeelte van de hypothalamus dat heel gevoelig is voor het natrium en chloorgehalte van het intercellulaire vocht. Zodra deze te hoog wordt neemt de ADH afgifte toe. Oxytocine is van belang rondom de bevalling. Het hormoon werkt op de baarmoederspieren en laat deze samentrekken bij de geboorte. Ook na de geboorte heeft het een belangrijke rol. Het laat onder andere de melkgangen van de borstklieren samentrekken, waardoor de moedermelk wordt uitgedreven.
Een profielwerkstuk van Jonas Kuiper en Frank Snijders