![]() - Home - Inhoudsopgave - Voorwoord - Inleiding - Onderzoeksmethode ![]() Introductie - De Geschiedenis - Het Principe - Soorten - De Track De Techniek - Technieken - Veiligheid Natuurkunde - Inleiding - Snelheid - Looping - Remmen - Acceleraties G-krachten - Inleiding - Richting Hoofd - Richting Voeten - Voorwaarts - Achterwaarts - Zijwaarts - Tolerantie - Factoren - Toepassing Achtbaan Fysiologie - Inleiding - Het Zenuwstelsel - De Hypothalamus - De Hypofyse - De Schildklier - De Bijnieren - Adrenaline - De Zenuwen - Evenwichtsorgaan - Toepassing - Overige Reacties ![]() - Conclusie - Discussie - Reflectie - Logboek Frank - Logboek Jonas ![]() - Boeken - Websites - Foto's ![]() - Bezoek TNO |
Onderdeel: Processen
De Toepassing
De processen die in het lichaam van een mens afspelen zijn vaak een reactie op emoties en ‘niet natuurlijke’bewegingen. De mens is nou eenmaal niet echt gebouwd voor bijvoorbeeld middelpunt vliegende kracht. Bij een achtbaan denk je snel aan adrenaline, gillen van plezier en hartkloppingen in je keel. Hoe deze tot stand komen wordt hieronder uitgelegd: Als eerste ga ik uit van een basis situatie waar G-krachten en middelpunt vliegende kracht nog weg worden weggelaten om verwarring te voorkomen. De invloed van externe krachten is namelijk ook voor veel processen bijna nihil. Stel je zit in een achtbaan en je gaat lekker hard door de bochten en een looping hier en daar. Dan beleef je dit voornamelijk met je ogen. Zij registreren de snelle bewegingen. Een signaal van buiten wordt op de lichtgevoelige laag van het oog ontvangen (zenuwvezels van retina).De zintuigen in het gezicht zijn de enige zintuigen die niet in direct contact staan met het ruggenmerg, maar hebben daarin tegen een eigen soort regel/ontvang systeem in de hersenen. Voor de ogen is dit de primaire visuele cortex, die zich bevindt in de achterkwab van de linker en rechter hersenhelft. Als een signaal bij de primaire visuele cortex aankomt, wordt deze altijd eerst door gestuurd naar het visuele associatie gebied. Dit gebied bepaald of een voorval of ontmoeting (abstract of concreet) eerder gebeurd is en dus bekend is: het herkennen van een persoon of gebouw bijvoorbeeld. Vanuit hier wordt het signaal via een omweg naar een deel van de hersenstam, de pons naar de thalamus gestuurd. In een achtbaan is de situatie vaak onbekend en kunnen de hersenen hier op reageren. Ze beoordelen de binnenkomende signalen als ‘bedreigend’ in de breedste betekenis. Vaak wordt hier op gereageerd door stress. De hypothalamus laat in dit geval releasing factors los. Eerst wordt het trofe hormoon CRH door de hypothalamus afgegeven en zorgt dat vanuit de corticotrope cellen ACTH en corticotrofine wordt getransporteerd naar de bijnieren. ACTH zorgt ook voor de productie van cortisol, dit is in feite de tegenhanger van adrenaline. Het is een soort anti-stress hormoon dat vaak zijn activiteitspiek heeft net na een periode van adrenaline afgifte. Ook als je jezelf moed in praat of gewend bent aan bijvoorbeeld een coaster en weet wat er komt, maak je vaak in die zelfde periode meer van deze stof aan. Het bijniermerg wordt gestimuleerd tot verhoogde afgifte van adrenaline uit noradrenaline .(zie kopje Adrenaline) Van normale verhouding noradrenaline – adrenaline 85:15: +/- 55:45/ 70:30. De adrenaline wordt voor een deel aan het bloed afgeven, maar voor een groot deel als neurotransmitter via de preganglionaire zenuwvezels vervoerd. De organen met a-receptoren verminderen hun activiteit. Het orthosympatische zenuwstelsel reageert hierop en versterkt het effect van adrenaline op deze organen. De organen met b-receptoren zorgen na de enzymatische reactie voor omzetting van glycogeen naar glucose als belangrijkste brandstof voor het lichaam. Deze brandstof is nodig zodat het lichaam snel kan reageren en dient ook voor de al extra actieve organen. Sommige organen worden vanuit verschillende punten extra gestimuleerd in tijden van stress. Adrenaline heeft een positieve terugkoppelend effect op de hartfrequentie. Adrenaline stimuleert de SA-knoop in het hart die zorgt voor de stylose van het hart (Het kloppen van het hart). De SA-knoop (of sinusknoop) geeft in feite een soort uitbarsting van elektrische impulsen waardoor de boezem samentrekt, dan via de atria(hartwand) wordt geleid naar de AV knoop die de kamers van het hart samentrekt, het hart is namelijk ook een spier. Normaal zijn de prikkels een evenwicht van een reactie naar een kant. Nu zorgt een deel van deze prikkels als kettingreactie voor heftigere uitbarstingen. Het orthosympatische zenuwstelsel wordt door het transport van adrenaline gestimuleerd tot het afgeven van prikkels aan het cardioacceleratie centrum in de hersenstam (hier wordt de hartfrequentie geregeld). De SA-knoop krijgt via de vagus zenuw vanuit het cardioaccelratie centrum nu weer een extra stimulans. Denk niet dat het een dom systeem is dat alleen maar reageert, het cardioacceleratie centrum houd strak bij hoe snel het hart klopt en corrigeert indien nodig. De ademhaling wordt op een soort gelijke manier versnelt, maar dan vanaf het punt dat het orthosympatische zenuwstelsel adrenaline detecteert. Het ademcentrum in de hersenstam krijgt vanuit twee centra uit de medulla oblongala (begin ruggemerg) een prikkel onderinvloed van adrenaline en geeft een signaal door naar de ademhalingsspieren die zo krachtiger samentrekken. De ademfrequentie neemt toe (tot wel 20x hoger dan normaal) en de vertakkingen van de bronchiën worden groter. Op langer termijn wordt ook vanuit de chemoreceptoren (zintuigcellen) in de carotisinus (aortaboog) en de halsslagader de toenemende concentratie van koolstofdioxide (CO2) geregistreerd en zo het ademcentrum gestimuleerd. De CO2 komt vrij bij verbranding die zorgt voor energie, die de organen nodig hebben om te kunnen functioneren. Grotere inspanning betekent meer CO2 in het bloed en dus toenemende ademfrequentie. Zo zorgen het hart en de longen dat er genoeg zuurstof in het bloed komt en het bloed sneller wordt vervoerd. Maar nu moet er nog wel genoeg energie zijn om voor bijvoorbeeld de skeletspieren. Dit komt vanuit verschillende hoeken: Adrenaline zorgt ervoor dat de cellen van skelet spieren meer permeabel (beter doorlatend) worden en dat de opgeslagen glycogeen vrijkomt door dat de evenwichtsreactie tussen glycogeen en glucose naar de kant van glucose ligt. Er wordt dus voorkomen dat glucose weer wordt omgezet in glycogeen. De lever wordt ook gestimuleerd tot afgifte van glucose uit opgeslagen glycogeen. Dit wordt eigenlijk meer geregeld door de alvleesklier (pancreas). Deze bestaat uit een endocrien gedeelte en een endocrien gedeelte. Het endocriene gedeelte zijn de eilandjes van langerhans: 1 a 2 miljoen kleine kliertjes die zorgen voor afgifte van glucagon waardoor de lever wordt gestimuleerd tot afgifte van glucose uit glycogeen. In feite zijn dit dus de energieleverende onderdelen, maar ook het metabolisme in de cellen neemt toe en dat gebeurt onderinvloed van thyroxine. De hypothalamus geeft TRF/TRH af en de thyreotrope cellen in de hypofyse verhogen de afgifte van het hormoon TSH dat weer naar de schildklier wordt vervoerd. Daar worden thyroxine en Triiodothyronine (het schildklierhormoon) aangemaakt. De Triiodothyronine (T3) wordt onmiddellijk aan het bloed afgeven en verdeelt over de organen waar deze nodig is. De thyroxine wordt eerst naar de lever vervoerd en daar omgezet in Triiodothyronine. Zo wordt het metabolisme goed gepeild en voor dit proces staat de lever ook indirect in contact met de hersenstam. Het evenwichtsorgaan kan door de snelle wisseling van richtingen en G-krachten niet altijd goed functioneren. Aangezien het evenwicht wordt bepaald vanuit de samenwerking van de ogen en de spierreflexen ontstaat er een verwarring. De ogen registreren iets anders dan de evenwichtsorganen waarnemen, doordat de vertraging van de vloeistof in de halfcirkelvormige kanalen wordt beïnvloed door G-krachten: desoriëntatie. Er is ook nog een theorie die gaat over de twee extra evenwichtsdetectors in het vestibulum (voorhof). De zogenaamde utriculus en sacculus. De utriculus registreert de versnelling/ vertraging van het lichaam (lineaire beweging; in een rechte lijn dus). En de sacculus registreert de stand van het hoofd ten opzichte van het lichaam. De organen bevatten allebei een geleiachtige vloeistof met ‘evenwicht zand’ (calciumcarbonaat). Omdat de registratie van de utriculus lineair alleen echt goed registreert kan er makkelijker een miscommunicatie ontstaan met de registratie van de ogen (zoals eerder genoemd). Ook zou calciumcarbonaat in een constant milieu onder invloed van (G)krachten uit een natuurlijk balans raken: registratie wordt ook verstoord: wordt geijkt aan een vast punt bij stil staan, maar door dat je voor een periode alle kanten op wordt geslingerd probeert je lichaam een nieuw ijkpunt te zoeken ter compensatie. |
|||